top of page
received_2021985571661936.jpeg

Project 3 Smart Design

Voor dit project hebben mijn teamleden en ik een modulaire kledingcollectie uitgewerkt met focus op duurzaamheid. Ik heb me vooral gericht op het productdossier.

Reflectie op mijn rol binnen het project

Tijdens dit project heb ik me vooral toegelefd op het productdossier, met name op de onderdelen LCA, het textieldossier en het geschreven deel van de manufacturing. Ik ging actief ​op zoek naar duurzame materialen die ons verhaal kunnen versterken. Al snel merkte ik echter dat dit minder evident was dan verwacht. Betrouwbare en diepgaande informatie over grondstoffen, herkomst en productieprocessen bleek moeilijk te vinden, wat mijn zoektocht bemoeilijkte

Textieldossier

In het begin had ik moeite om de juiste mindset aan te nemen bij het zoeken naar materialen, Ik zocht eerder als consument dan vanuit het perspectief van een bedrijf. Hierdoor koos ik vrij braaf voor biologisch katoen, terwijl een innovatievere en misschien duurzame keuze zoals gecottoniseerde hennep interessanter had kunnen zijn. Hoewel ik bedrijven vond die hiermee werkren, beschikten ze vaak niet over toegankelijke verkooppunten of duidelijke bestelkanalen. Achteraf realiseerde ik me dat het gebruikelijk is om rechtstreeks contact op te nemen voor stalen en informatie, maar toen voelde ik dat het al te laat was om nog van idee te veranderen.

​

Om toch tegemoet te komen aan de problemen rond conventionele katoenproductie, koos ik voor katoen met GOTS- en OEKO-TEX STANDARD 100-certificeringen. Hoewel deze labels niet feilloos zijn, tonen ze wel aan dat er staooen worden gezet richting betere milieustandaarden en arbeidsomstandigheden.

​

Een positieve ontdekkking was mijn keuze voor corozo-knopen. Deze knopen, afkomstig van de tagua-palmboom, zijn een duurzaam alternatief voor plastic knopen. Ze zijn volledig biologisch afbreekbaar, worden geproduceerd uit een hernieuwbare grondstof en ondersteunen bovendien lokale gemeenschappen in Zuid-Amerika. Een belangrijk nadeel blijft wel de afstand die de knomen moeten afleggen tot Europa, iets wat we moeten compenseren door bijvoorbeeld zeevracht te verkiezen boven luchttransport.

​

Ook over de keuze van kleefstof heb ik bewust nagedacht. Ik koos voor Vlieseline B 700, een katoenen, geweven kleefstof. Deze draagt bij aan een betere recycleerbaarheid van het kledingstuk doordat we zo binnen één materiaalgroep blijven. Bovendien is het materiaal biologisch afbreekbaar en ecotoxicologisch veilig.

​

Een minder geslaagd onderdeel was een onderdeel van de End-of Life fase. We hadden oorspronkelijk het plan om onze post-consumer waste te laten recyclen via Purfi en dit vervolgens te laten herspinnen tot naaigaren bij de European Spinning Group (ESG). Uiteindelijk bleek dit niet haalbaar, omdat ESG geen naaigaren produceert, enkel garens voor stoffen. We beslisten daarom om voorlopig te werken met Mara rPET-garen van Gütermann, zo maken we toch gebruik van gerecycleerd materiaal. Onze post-consumer waste zal wel het volledige proces van recyclage en herspinning tot garen doorlopen, maar op dit moment zullen we dat garen nog niet zelf inzetten voor onze producten.

​

Het grootste gat in ons verhaal zijn de lussenbanden die essentieel zijn voor ons modulair concept. Deze bestaan uit een katoen-polyestermix en worden geproduceerd in China. Ik heb hier veel tijd verloren met het zoeken naar transparantie rond herkomst en productie. De meeste leveranciers gaven weinig informatie, en uiteindelijk heb ik via Alibaba moeten zoeken. Door tegenstrijdige informatie over materialen, certificeringen en producenten, bleef ik twijfelen. Uiteindelijk koos ik voor een katoen/polyestermix, maar ook hier blijft de traceerbaarheid beperkt. We hadden hier als team beter kunnen nadenken over alternatieve bevestigingstechnieken die het gebruik van zulke banden overbodig zouden maken.

Hoofdstuk Manufacturing

Het hoofdstuk manufacturing vond ik veruit het moeilijkst. Ik wist niet goed wat er van mij verwacht werd en voelde me onzeker over mijn kennis van kleurtechnieken en hun ecologische impact. Hoewel ik veel informatie opzocht in meerdere documenten, haalde ik hier weinig bruikbare informatie uit. Wat mij vooral frustreerde, was het gebrek aan transparantie bij leveranciers over hun verfmethodes. Hier had ik meer initiatief moeten nemen door rechtstreeks contact te leggen, maar ik voelde mij daar op dat moment niet comfortabel bij.

 

Ook de keuze van onze kledingproducent had kritischer aangepakt kunnen worden. productieprocessen.

 

Wat betreft verpakkingen: dit onderdeel kreeg onvoldoende aandacht binnen ons project. In de toekomst moeten we hier sneller mee starten, zodat we ook dit aspect integraal kunnen benaderen binnen een duurzaam ontwerp.

​

Algemene reflectie

Dit project heeft mij veel inzichten gebracht. Ik begrijp nu beter hoe het hele ontwikkelingsproces van duurzame mode in elkaar zit en weet zeker dat ik bij een volgende gelegenheid sneller en doelgerichter te werk zal gaan. Een belangrijk leerpunt voor mezelf is dat ik vanaf het begin veel meer vragen had moeten stellen, zowel op school als aan externe partijen.

​

Ik ben me ook veel meer gaan verdiepen in transparantie binnen de keten. Tijdens het project werd duidelijk dat we over sommige onderdelen — zoals bepaalde materialen of leveranciers — eigenlijk niet genoeg wisten. Dat botst met het beeld dat we soms wilden geven: dat we duurzaal bezig zijn. Op zo’n momenten begon ik me af te vragen of we niet onbewust richting greenwashing gingen. Ik had daar misschien duidelijker mijn mening over moeten geven binnen het team, maar dat vond ik soms lastig, zeker als anderen al overtuigd waren van ons verhaal.

​

Toch ben ik trots op wat ik heb bijgeleerd. Ik voel dat ik nu kritischer kijk naar duurzaamheid, en besef beter waar de valkuilen zitten. Dit project was echt een goede eerste stap om te begrijpen hoe het er in de praktijk aan toe gaat, en ik neem die ervaring zeker mee naar volgende projecten.

bottom of page